Toon alles

Gedicht van Herman van Veen

Ooit
Ooit vertelde mijn vader mij als kleine jongen
dat je, als je een ster zag vallen,
een wens mocht doen
die in vervulling zou gaan
als je hem niet uitsprak.
Ik wens nu al zo’n vijftig jaar,
telkens weer
als ik een ster zie vallen,
iets dat ik niet uitspreek
maar denk.
En nooit is één van die wensen
uitgekomen.

Mijn eerste wens was een fiets.
Een rode.
Waarmee ik zou kunnen oefenen
voor als ik later
de Tour de France zou gaan winnen
Die wens kwam niet uit,
tenminste…
ik kreeg er wel een,
maar dat was de derde-hands damesfiets
van mijn oma, mijn tante, mijn zusje.
Mijn vader had speciaal voor mij
blokken op de trappers gemonteerd
zodat ik er met mijn voeten bij kon.
Ik vond het maar een truttenfiets.

Bij de volgende vallende ster
wenste ik voetbalschoenen.
Ook die wens kwam niet uit de verf.
Wel kreeg ik een paar afgetrapte kistjes
van mijn oom Frans,
voetbalschoenen met stalen neuzen.
Maar die waren zó krom
dat ik er alleen maar 
ballen mee in de lucht kon schieten.
Óf dat verhaal van mijn vader 
was een sprookje,
óf ik dacht mijn wensen verkeerd……

Gonny Peters

Ik geef de pen door aan Jos Messink